OVER DE ORANG-OETAN
DE BORNEO ORANG-OETAN
Borneo orang-oetan ( Pongo pygmaeus ) is een mensaap uit het geslacht der orang-oetans ( Pongo ). De andere soort is de Sumatraanse orang-oetan ( Pongo abelii ). Lang werden de twee soorten als ondersoorten van dezelfde soort, de orang-oetan, beschouwd, maar genetisch onderzoek heeft aangetoond dat de Borneose en de Sumatraanse orang-oetan twee aparte soorten zijn. Zoals de naam al aangeeft, komt deze soort enkel voor op het eiland Borneo.
De Borneo orang-oetan is onderverdeeld in 3 ondersoorten, namelijk de Pongo pygmaeus pygmaeus (west en midden Borneo), de Pongo pygmaeus wurmbii (centraal en zuid Kalimantan) en de Pongo pygmaeus morio (noord Kalimantan en Maleisisch Borneo).
BESCHRIJVING
De Borneo orang-oetan heeft een donkere oranjerode vacht. Hij heeft zeer lange armen en sterke grijphanden en -voeten, een aanpassing aan het leven in bomen. De Borneo orang-oetan wordt 110 tot 140 centimeter lang en 40 tot 80 kilogram zwaar. De orang-oetan bereikt een gemiddelde leeftijd van 40 jaar.
Mannetjes worden veel groter dan vrouwtjes. Een mannetje had een lengte van 180 centimeter. Ook hebben sommige mannetjes opvallende grote wangkwabben, een keelzak en een korte, bruinrode baard, die bij de vrouwtjes ontbreken. De kwabben zijn kaal en bol, in tegenstelling tot die van de Sumatraanse soort, waarbij de kwabben behaard zijn en langs het gezicht lopen.

Volwassen man met wangkwabben
LEEFWIJZE
De orang-oetan brengt het grootste deel van zijn leven door in bomen. Volwassen mannetjes komen regelmatig (zo'n vijf procent van zijn leven) op de grond, waarschijnlijk omdat er op Borneo geen tijgers en panters, de belangrijkste vijanden voor orang-oetans, voorkomen. 's Nachts slaapt de orang-oetan in een nest, hoog in de bomen, die hij zelf heeft gemaakt door takken te vlechten.
Overdag besteedt de orang-oetan het grootste deel van de tijd aan het zoeken naar vlezige vruchten als vijgen, nangka en doerians. Omdat de planten verspreid over het bos staan en ieder hun eigen bloeitijd hebben, en daardoor slechts enkele weken per jaar voedzame producten leveren, moet de orang-oetan een goed geheugen hebben om te weten wanneer en waar voedsel te vinden is.
Behalve vruchten eet de orang-oetan ook ander plantaardige kost als boomschors, bladeren, scheuten, lianen, takken en stengels. Een enkele keer eet hij ook ander voedsel, als eieren, honing, termieten en andere insecten. Niet alleen de Sumatraanse orang-oetan maakt gebruik van gereedschap. Het is gebleken dat ook de Borneo orang-oetan veelvuldig gebruik maakt gereedschappen uit de natuur, bijvoorbeeld takken voor het vangen van termieten.
SOCIAAL GEDRAG EN VOORTPLANTING
De Borneo orang-oetan is een solitaire bosbewoner. Toch onderhouden individuen onderling contact. Soms kunnen meerdere orang-oetans in dezelfde boom worden aangetroffen, vooral als deze boom rijk aan vruchten is. Volwassen vrouwtjes leven in kleine, overlappende woongebieden van ongeveer honderd hectare, en onvolwassen vrouwtjes trekken soms enkele dagen met elkaar op.
Volwassen mannetjes leven echter geheel solitair, hoewel zijn woongebied overlapt met de woongebieden van meerdere vrouwtjes. Soms overlappen ook de woongebieden van twee mannetjes, maar vaak zijn deze gescheiden. Mannetjes mijden elkaar echter meestal, en houden elkaar op een afstand met luide brullen, de zogenaamde long-call , waarmee ze hun positie aan andere mannetjes doorgeven. De Borneo orang-oetan is echter minder sociaal dan de Sumatraanse soort, voornamelijk omdat Borneo armer aan vruchtdragende bomen is dan Sumatra.
Een paarwillig vrouwtje zoekt het dominante mannetje op, die andere mannetjes bij haar weghoudt. De twee dieren trekken enkele dagen met elkaar op. Vrouwtjes die niet door een dominant mannetje begeleid worden, worden vaak door lagergeplaatste mannetjes tot paring gedwongen. Het jong wordt geboren in het boomnest. Vlak na de geboorte klampt het zich vast aan de moeder. Na acht jaar is het jong onafhankelijk.
Moeder met pasgeboren baby
VERSPREIDING
De Borneo orang-oetan komt voor in primaire en secundaire laaglandregenwoud en op het Zuidoost Aziatische eiland Borneo, in zowel Sabah en Sarawak, het Maleisische gedeelte, als Kalimantan, het Indonesische gedeelte. De Borneo orang-oetan is dus onderverdeeld in 3 ondersoorten.
RELATIE MET DE MENS
Op Borneo bestaan enkele legenden over de orang-oetan, letterlijk vertaald mens van het bos . Door zijn menselijke uiterlijk wordt de orang-oetan door plaatselijke bewoners als een primitieve mensensoort beschouwd. De Dayaks, een volk dat in de bossen van Borneo leeft, beschouwen de orang-oetans als hun voorvaderen. Ook wordt op Borneo beweerd dat de orang-oetan eigenlijk kan praten, maar zwijgt omdat hij anders zou moeten werken.
De grootste bedreiging voor de Borneo orang-oetan is habitatvernietiging door bosbranden en boskap voor houtwinningen het creëren voor landbouwgebieden. Ook worden jonge dieren gevangen om verhandeld te worden als huisdier. In beslag genomen dieren en weesjes komen terecht in rehabilitatiecentra, waar ze weer worden gewend aan het leven in het wild.
De laatste officiële cijfers (2004) geven aan dat er nog 57.000 orang-oetans leven op heel Borneo
(bron: GRASP - Great Ape Survival Project van de Verenigde Naties). Wetenschappers schatten dat er vandaag de dag nog maar tussen de 30.000 en 40.000 orang-oetans in Borneo leven en 6.000 op het eiland Sumatra.
LEEFGEBIED
Kwam de orang-oetan miljoenen jaren geleden nog voor in heel Zuidoost Azie, tegenwoordig is hun leefgebied beperkt tot de eilanden Sumatra en Borneo. De orang-oetan leeft in het tropische regenwoud.
(bron: boek "De denkers van de Jungle" en Wikipedia )
Valkenburgerweg 68a 6419 AV Heerlen
info@primateshelpingprimates.nl
Tel: 045-5740938